Bij de naam WESP denk je vast aan dat vervelende beest dat rond je glas limonade zoemt en dat je het liefst zo snel mogelijk wegjaagt. “Maar wie er wat langer over nadenkt, weet dat wespen eigenlijk heel nuttige dieren zijn”, begint Bas Wintjes van WESP. “Een van hun belangrijkste functies is het voorkomen van plagen. Sommige wespen zijn rovers: ze jagen op andere insecten, zoals muggen en (steek)vliegen. Zonder de wesp zat je misschien dagelijks onder de muggenbulten.”
“Zo is het met ons bedrijf ook”, maakt Wintjes een bruggetje naar het bedrijf. “We komen niet alleen om goed nieuws te brengen. Het mag best een beetje prikken.”
Weten waar het misgaat

“Het grappige is dat onze klanten dat juist waarderen”, vervolgt Wintjes. “We praten met zelfstandige ondernemers. Die willen weten waar het fout zit. Die willen leren.”
Maar hoe weet je waar je het beste kunt beginnen met zo’n verbeterslag? Daarvoor heeft WESP Cycles een nieuw dashboard ontwikkeld, waarbij een van hun consultants samen met de ondernemer kijkt waar het rendement weglekt en waar het verbeterpotentieel zit. De ondernemer bepaalt daarbij zelf met welke winkels hij zich vergelijkt, bijvoorbeeld op winkelgrootte, type filiaal en aantal filialen. Zo ziet hij niet alleen zijn eigen cijfers, maar ook hoe vergelijkbare zaken het doen.
Waar de werkplaats uren verliest
“Vaak zien we veel verbeterpotentieel in de werkplaatsuren”, zegt Wintjes. “Monteurs worden slecht op werkorders geboekt. Veel werkplaatsen vinden het te veel moeite om dat goed te registreren. Maar als we dan in beeld brengen hoeveel van de tijd van een monteur door de klant wordt betaald, dan schrikken ze.”
In het vorige artikel stelde Wintjes de vraag al: technische mensen werken vaak 40 uur per week, maar hoeveel van die uren komen er op de factuur terecht? Worden ze betaald door de klanten, of door de ondernemer zelf? Het eerlijke antwoord op die vraag kan behoorlijk 'prikken'.
De tijd dat we gratis allerlei dingen voor onze klanten doen zonder dat in beeld te brengen, moet voorbij zijn”
Het dashboard laat per periode zien hoeveel uren de monteurs netto beschikbaar waren, hoeveel daarvan op werkorders zijn verantwoord en hoeveel uren uiteindelijk aan de klant zijn verkocht. Daaruit volgen kengetallen als bezettingsgraad en productiviteit, en wat een verantwoord uur aan loonomzet oplevert.
Volgens Wintjes is het eigenlijk heel eenvoudig. “Een monteur die 40 uur werkt, moet 40 uur aan de klant in rekening worden gebracht. De tijd dat we gratis allerlei dingen voor onze klanten doen zonder dat in beeld te brengen, moet voorbij zijn.”

Korting en gratis service
“Te vaak kom ik bedrijven tegen die eerst korting geven op de fiets, de fiets daarna gratis rijklaar maken en vervolgens veel te weinig uren in rekening brengen voor de service”, zegt Wintjes. “Door het rendement tijdens de hele cyclus in beeld te brengen, kunnen we dat veranderen.”
Die cyclus begint volgens hem bij de verkoop, waar de korting van de marge afgaat. Daarna volgt het afleveren, waarin werkplaatstijd zit die vaak nergens zichtbaar is. En bij de onderhoudsbeurten daarna worden te weinig uren gerekend. “Wie alleen naar de verkoopmarge kijkt, ziet maar een deel van het verhaal”, benadrukt Wintjes. “Natuurlijk moet een ondernemer soms wat van zijn marge weggeven om een klant weg te houden bij het online aanbod. Maar met een tekort aan technische mensen moet hij dan wel goed opletten wat er gebeurt. Waar gaat de fiets heen? En hoe groot is de kans dat hij deze fiets weer in zijn werkplaats ziet?”
“Elk uur dat een monteur besteedt aan werk dat niet wordt betaald, kan hij niet besteden aan een klant die wel betaalt”, aldus Wintjes.
Kijken hoe anderen het doen, geeft de ondernemer vertrouwen”
Inzicht geeft vertrouwen
Soms heeft de ondernemer vooral vertrouwen nodig. Het vertrouwen dat hij zijn werkplaatsklanten heus niet kwijtraakt als hij zijn uren netjes in rekening brengt.
De volgorde is volgens Wintjes helder. Eerst zorgen dat alles goed in beeld is en dat alle gewerkte uren netjes op de werkorder staan. Daarna afleren om alles weg te geven. “Kijken hoe anderen het doen, maakt dat wel een stuk makkelijker. Het geeft vertrouwen als je ziet dat het anderen ook lukt.”
Daarbij benadrukt Wintjes dat individuele bedrijfsgegevens niet met andere ondernemers worden gedeeld. De gegevens worden geanonimiseerd en samengevoegd tot gemiddelden.
Nuttig dus, die WESP
Soms komt WESP dus met prikkelende opmerkingen, over onderwerpen die op het eerste gezicht saaie kost lijken. “Maar met benchmarken kunnen we het resultaat behoorlijk verbeteren”, besluit Wintjes.
Dit artikel is gesponsord door WESP Cycles.






