E-bike producent Ampler wil showroom openen in Nederland

De omzet van Ampler Bikes steeg in 2020 met meer dan 100% ten opzichte van het jaar ervoor. De grootste markt van de e-bike producent, Duitsland, liet een omzetgroei van 136% zien. Ook in Nederland groeide het merk uit Estland fors.

Ampler wil dit jaar doorgroeien en is van plan in Zwitserland en Nederland flagship stores openen.  In Duitsland opende Ampler in het voorjaar van 2020 al een tweede showroom in Keulen. Door de focus op online verkoop – goed voor meer dan 90% van de inkomsten – waren de gevolgen van de pandemie (waardoor showrooms moesten sluiten en het testritprogramma op pauze werd gezet) voor Ampler beperkt.


Impressie Ampler e-bike; sportieve forens uit Estland


Groei van bijna 50% in Nederland

In Nederland en Zwitserland, in 2020 goed voor een groei van respectievelijk 48 en 92%, streeft de e-bike fabrikant naar een sterkere aanwezigheid op de markt ondersteund door de dit jaar te openen flagship stores in beide landen. “Wij geloven in snelle maar duurzame groei. Hoewel ook wij de uitdagingen zien op het gebied van de beschikbaarheid van zowel fietsen als onderdelen, geloven we in onze eigen opzet”, aldus Ampler’s CEO en mede-oprichter Ardo Kaurit.

Verdere groei in personeel

Het personeelsbestand van Ampler groeide van 45 naar 85 en het bedrijf verwacht dit aantal in 2021 te verdubbelen ter ondersteuning van de verdere groei. Kaurit: “De directe online verkoop, een eigen assemblagefabriek in Estland en goede relaties met leveranciers bleken een groot voordeel in de huidige uitdagende tijden.” Naar verwachting zal Ampler in 2021 starten met de bouw van een nieuwe CO2 neutrale assemblagefabriek in Estland.

Sponsoring Ampler Development Team

2021 wordt ook het eerste jaar waarin Ampler het profwielrennen steunt op UCI Continental niveau door titelsponsor te worden van het Ampler Development Team dat als doel heeft renners uit de Baltische staten en Finland te ontwikkelen. Het team wordt geleid en getraind door voormalig prof-renners Jaan Kirsipuu en Rene Mandri.