nieuws

Op de fiets naar het werk?

algemeen

Eva Heinen promoveerde gisteren aan de TU Delft op een onderzoek naar de beweegredenen van forenzen om wel of niet de fiets te pakken. In haar proefschrift geeft zij onder meer mogelijkheden en tips aan werkgevers om te zorgen dat hun werknemers meer de fiets pakken.

Op de fiets naar het werk?

DELFT – Eva Heinen promoveerde gisteren aan de TU Delft op een onderzoek naar de beweegredenen van forenzen om wel of niet de fiets te pakken. In haar proefschrift geeft zij onder meer mogelijkheden en tips aan werkgevers om te zorgen dat hun werknemers meer de fiets pakken.

‘Morgen mooi fietsweer!’ Een werkgever zou kunnen overwegen om een dergelijk mailtje rond te sturen naar de werknemers om het fietsen naar en van het werk te stimuleren. Niet alleen het weer beïnvloedt de dagelijkse keuze om wel of niet te gaan fietsen, maar ook het maken van tussenstops tussen woning en werk, het vervoeren van spullen, het dragen van een pak en het werken op meerdere locaties.

Overtuigingen
De keuze voor de fiets wordt slechts voor een deel door ‘harde’ kenmerken, zoals kosten, reisafstand en huishoudenskenmerken bepaald. Deze kunnen niet verklaren waarom mensen in een gelijke situatie toch verschillend kiezen om wel of niet naar hun werk te fietsen. Heinen toont aan dat individuele overwegingen en overtuigingen de beslissing om te fietsen voor een groot deel bepalen. ‘Het gaat daarbij om direct nut, (milieu)bewustzijn en veiligheid. Ook zijn normen in de sociale omgeving van belang.’

Werkomgeving
‘Houding van de werkgever en verwachtingen van collega’s spelen eveneens een rol’, stelt Heinen. ‘De kans dat iemand fietst, is groter als er op de werklocatie een inpandige fietsenstalling of een kleedruimte aanwezig is. Niet alleen vanwege de faciliteit op zichzelf, maar ook vanwege de positieve uitstraling richting de fiets.’

Verschillende doelgroepen
Heinen benadrukt dat verschillende groepen fietsers hun keuze op andere factoren baseren. ‘Bij het bevorderen van het fietsen kunnen deze verschillende groepen op een andere manier gemotiveerd worden. Ik onderscheid drie mogelijke veranderingen: van niet-fietsers naar fietsers, van incidentele naar frequente fietsers, en van parttime naar fulltime fietsers.’

Ingrepen
Heinen komt in haar proefschrift met een aantal mogelijke methoden om het fietsen van en naar het werk te stimuleren. ‘Als een werkgever de voorzieningen voor andere vervoerswijzen beperkt, stimuleert hij daarmee het fietsgebruik. Werkgevers zouden dus rekening kunnen houden met het negatieve effect op het fietsgebruik wanneer ze het openbaarvervoer- of autogebruik stimuleren.’
 
Voorbeeld
Maar om het fietsgedrag te veranderen, zijn volgens Heinen niet alleen fietsvriendelijke faciliteiten en infrastructuur noodzakelijk, maar dienen ook de individuele overtuigingen en sociale normen het fietsen te ondersteunen. De voorbeeldfunctie van een gerespecteerd persoon kan hierbij een stimulerende rol vervullen.

Reageer op dit artikel