nieuws

Effecten van bevolkingskrimp op detailhandel

algemeen

Effecten van bevolkingskrimp op detailhandel

Bevolkingskrimp is een belangrijk maatschappelijk thema. Hoe gaan we om met de negatieve gevolgen van krimp, zoals leegstand, het sluiten van scholen, het verloren gaan van het verenigingsleven? Krimp heeft ook invloed op winkelgebieden. Het onlangs verschenen HBD-rapport ‘Bevolkingskrimp en winkelgebieden’ maakt inzichtelijk hoe groot de invloed van krimp is op winkelgebieden.

DEN HAAG – Bevolkingskrimp is een belangrijk maatschappelijk thema. Hoe gaan we om met de negatieve gevolgen van krimp, zoals leegstand, het sluiten van scholen, het verloren gaan van het verenigingsleven? Krimp heeft ook invloed op winkelgebieden. Het onlangs verschenen HBD-rapport ‘Bevolkingskrimp en winkelgebieden’ maakt inzichtelijk hoe groot de invloed van krimp is op winkelgebieden.

De oorzaken van de bevolkingskrimp in Nederland zijn divers: vergrijzing, het wegtrekken van jongeren, beperkte beschikbaarheid van banen, krapte op de woningmarkt. Patrick Manning, hoofd afdeling ruimtelijk economisch advies van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD): “Minder consumenten betekent minder omzet en dus minder mogelijkheden voor winkels. Nu we al enige tijd in sommige regio’s de bevolkingsaantallen zien teruglopen, heeft dat uiteraard consequenties voor het functioneren van de winkels in die gebieden.”
Volgens Manning vormt krimp dé uitdaging waar de sector detailhandel de komende jaren voor staat. “Ouderen geven minder geld uit. Behalve de krimp legt dus ook de vergrijzing druk op de bestedingen.”

Stedelijk gebied
Bevolkingskrimp doet zich nu nog vooral voor in Oost-Groningen, Zuid-Limburg en Zeeuws Vlaanderen. De komende vijftien jaar echter krijgen ook grote delen van Gelderland, vrijwel heel Zeeland en Limburg, maar ook landelijke gemeenten in het hele land (inclusief de Randstad) te maken met krimp of stagnatie.

Een scenario waarin in krimpgebieden getracht wordt op meerdere plekken winkelvoorzieningen overeind te houden is volgens Manning gedoemd te mislukken. “Neem een gemeente met supermarktjes in drie verschillende kernen. Geen van die supermarkten is aantrekkelijk genoeg, gewoon omdat ze te klein zijn. De supermarkten vergroten is geen optie omdat daarvoor het draagvlak ontbreekt. Je zult dus moeten saneren en op de meest centrale plek één grote supermarkt moeten neerzetten. Dat maakt een moderne maatvoering en het bieden van een compleet assortiment mogelijk. En door het bredere aanbod en grotere variatie zal de  consument ook bereid zijn enkele kilometers verder te rijden.” 

Regionale afstemming
Manning: “In plaats van zaken lokaal af te stemmen, zoals we lang gewend zijn geweest, moeten we toe naar een regionale afstemming en onderzoeken hoe voor een groter gebied dan de kern de optimale voorzieningenstructuur eruit ziet. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor (lokale) overheden. Gelukkig wordt in een aantal gemeenten met veel kleine kernen al de noodzaak gevoeld om de winkelvoorzieningen beter op elkaar af te stemmen. De bereidheid groeit om met elkaar rond de tafel te gaan zitten. Toch ligt hier nog een belangrijke taak voor de provinciale overheden; zij moeten dit soort overleg stimuleren. Het HBD kan in dit overleg een bindende rol spelen, hand- en spandiensten verlenen en de noodzakelijke expertise aandragen zodat de beleidsmakers de juiste keuzes kunnen maken.”

In het rapport wordt gesproken van strategieën die verder gaan dan ‘pappen en nathouden’ van bestaande structuren. Manning: “Ofwel: effectief detailhandelsbeleid. Dat wil vooral zeggen: winkelvoorzieningen die matig tot slecht functioneren niet langer koste wat het kost overeind houden, maar krachtig durven ingrijpen en op de juiste locaties de juiste winkels openen. Winkels met een zodanige schaalgrootte dat ze rendabel zijn te exploiteren. Die bovendien een zekere uitstraling hebben, waardoor het bijvoorbeeld voor een drogist of slijter aantrekkelijk is zich er ook te vestigen. Zo houd je het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid op peil.”

Niet op zijn beloop laten
Krimp beschouwen als een economische wetmatigheid en het proces op zijn beloop laten is volgens Manning geen optie. “Je hoort wel geluiden, dat krimp gewoon iets is dat bij het ondernemersrisico hoort. Als de vraag wegvalt heeft de aanbieder een probleem en moet hij zijn zaak maar sluiten, luidt dan de redenatie. In de praktijk verloopt dat echter heel anders. Een zaak sluiten is een uiterst moeizaam proces omdat allerlei andere aspecten meespelen. Zo vormt het pand vaak het pensioen van de ondernemer en die probeert het dus zo lang mogelijk vol te houden, soms totdat hij zwaar onder de armoedegrens zit. Intussen gaan allerlei kansen voor een goede herstructurering voorbij en dat levert uitsluitend verliezers op.” 

Creatieve oplossingen
In aanvulling op het rapport publiceert het HBD binnenkort een tweetal brochures, die inzoomen op de problematiek in de kleine kernen zelf. Een brochure is specifiek bedoeld voor kernen tot 2.000 inwoners en gaat in op de problematiek rondom het behoud van de laatste dagelijkse boodschappenwinkel.

De andere brochure focust op de problematiek in dorpskernen met 2.000 tot 5.000 inwoners. In deze kernen zijn weliswaar nog meerdere winkels, maar er is veelal sprake van een verspreid liggend aanbod, te kleine winkels, het ontbreken van (functionele) samenhang en tal van andere problemen.

De brochures moeten winkeliers, bewoners, de lokale overheid en organisaties een handvat bieden om tot succesvolle oplossingen te komen en de haalbaarheid van een winkelverbeterplan te vergroten. Dit handvat gaat nadrukkelijk uit van winkels die functioneren op een economisch verantwoorde basis. Voorkomen moet worden dat sprake is van ‘subsidiewinkels’ die een oneigenlijke concurrent zijn voor andere winkels.

Downloaden
Het HBD-rapport ‘Bevolkingskrimp en winkelgebieden’ behandelt niet alleen de vraag wat bevolkingskrimp is en waar in Nederland die zich afspeelt, maar beschrijft ook welke andere trends (zoals internetwinkelen en schaalvergroting) een sterke invloed hebben op het Nederlandse winkellandschap. Verder komt aan de orde hoe bevolkingskrimp en die andere trends op elkaar inwerken en wat de gevolgen zijn voor de Nederlandse winkelstructuur. Ten slotte geeft het rapport handreikingen hoe lokale overheden en winkeliersverenigingen kunnen inspelen op de verwachte veranderingen in de winkelstructuur. Het rapport is gratis te downloaden op www.hbd.nl/ruimtelijkeordening

Reageer op dit artikel