nieuws

Oriëntatie op techniek op vmbo-scholen scoort bedroevend

algemeen

WOERDEN – Uit een landelijke inventarisatie blijkt dat Praktische Sectororiëntatie op veel scholen nog onvoldoende van de grond komt. De inventarisatie is gedaan in opdracht van TechniekTalent.nu. Projectleider Aad van der Niet: “Er zou een landelijk kader moeten komen met een meer verplichtend karakter.”

Oriëntatie op techniek op vmbo-scholen scoort bedroevend

WOERDEN – Uit een landelijke inventarisatie blijkt dat Praktische Sectororiëntatie op veel scholen nog onvoldoende van de grond komt. De inventarisatie is gedaan in opdracht van TechniekTalent.nu. Projectleider Aad van der Niet: “Er zou een landelijk kader moeten komen met een meer verplichtend karakter.”

TechniekTalent.nu is het samenwerkingsverband van 28 organisaties uit de technische sector met daarin opleidingsfondsen, werkgeversorganisaties, vakbonden en onderwijsorganisaties.

Op 10 maart is onder leiding van projectleider Van der Niet van TechniekTalent.nu een landelijke bijeenkomst georganiseerd over Praktijkgerichte Sector Oriëntatie (PSO) en Loopbaanoriëntatie. Vertegenwoordigers van scholen en dragende organisaties kwamen in Soesterberg bijeen om de successen en knelpunten bij de inrichting en vormgeving van PSO in het vmbo te bespreken.

Docenten onvoldoende middelen
Projectleider Aad van der Niet van TechniekTalent.nu: “De hoofdconclusie van de aanwezigen was dat in doorsnee docenten die PSO moeten verzorgen voor een technische omgeving, onvoldoende zijn toegerust. En dat de outillages vaak van een bedroevende kwaliteit zijn. Dus de ambitie ligt er, maar de werkelijkheid is weerbarstig.”

Van der Niet stelt vast dat PSO in relatie tot wat bedrijven aan oriëntatie op een loopbaan kunnen toevoegen, nu nog veel te veel van persoonlijke inzet afhankelijk is. “Dus waar het contact tussen een aantal personen goed is, daar zie je ook een goede inrichting van PSO. Maar een goede structuur ontbreekt dus. Daarnaast bleken er grote verschillen te zijn tussen scholen onderling. Er zijn scholen waar het management PSO belangrijk vindt en er daarom ook daadwerkelijk in investeert. Op andere scholen is het daarentegen weer zeer beperkt. De algemene conclusie was dat we af moeten van de vrijblijvendheid. Er zou een landelijk kader moeten komen met een meer verplichtend karakter. De overheid zou dat moeten overpakken.”

Samenwerking met bedrijven
Tevens blijkt dat er op operationeel niveau nog het nodige te doen is, meent Van der Niet. “Om te zorgen dat bedrijven in de regio hun poorten open zetten om leerlingen te ontvangen. Om docenten te scholen zodat ze op een zinvolle manier de techniekoriëntatie kunnen vormgeven. Om te zorgen voor adequaat lesmateriaal en goede outillages. En om het management van scholen duidelijk te gaan maken dat zij meer tijd moeten gaan inruimen voor PSO. Een van de deelnemers vertelde dat er 40 minuten tijd was om een techniekwerkstuk te maken. Meer tijd was er niet voor PSO. Dat kun je nauwelijks zinvol noemen.” Leerlingen moeten vooral ervaring opdoen in de verschillende werelden van techniek en daarop leren reflecteren.

Vmbo-TL
Volgens Van der Niet zit de bottleneck zit vooral bij de theoretische en gemengde leerweg: daar is PSO nauwelijks van de grond gekomen. “Voor scholen loont het ook niet echt om te investeren in oriëntatie in loopbanen in de techniek. Want scholen die er meer geld insteken, krijgen geen extra budget. PSO is gewoon meegenomen in de lumpsum financiering. Dus er is voor scholen geen enkele prikkel om er veel tijd en geld in te stoppen.”

Reageer op dit artikel