Hoe een noodgreep van de ANWB in de jaren 20 een icoon werd

Na de eerste wereldoorlog krijgt de ANWB de opdracht om de wegwijzers langs fietspaden te vervangen. Omdat ijzer schaars is, ontwikkelt de wielrijdersbond een betonnen wegwijzer in paddenstoelvorm. De slimme vinding zal zich ontpoppen tot hét icoon van de rijke Nederlandse fietscultuur.
Delen:
Icoon van de Nederlandse fietscultuur, de betonnen paddenstoel. Op deze foto uit 1919 is te zien hoe een aantal ANWB-consuls op de hei bij Laren de verschillende modellen paddenstoelen keurt.

Vandaag de dag kennen we de ANWB met name van de wegenwacht, het lijfblad De Kampioen, de verzekeringen en een keur aan toeristische voorzieningen. De wortels van de bond liggen echter in het fietsen. In het voorjaar van 1883 ontmoeten leden van de Haagse en Haarlemse Vélocipède club elkaar tijdens een tocht. De captains spreken over oprichting van een Nederlandse bond naar voorbeeld van de Engelse Cyclist Touring Club – Groot-Brittannië is in die jaren de grootmacht. In de zomer is de Nederlandsche Vélocipèdisten-Bond (later de ANWB) een feit. Het doel: bevordering van het vélocipède-rijden in Nederland.

In het spoor van 100 jaar Tweewieler

Tweewieler mag dan honderd jaar bestaan, ook veel branchegenoten gaan al lang mee. We blikken terug op de historie van partijen in de tweewielerwereld die samen met ons opgroeiden. In deze aflevering de ANWB die al in 1883 werd opgericht. In het bijzonder aandacht voor de periode 1920-1929.

Belangenbehartiging belangrijk

Er wordt in de beginjaren veel gefietst. Maar van meet af aan is ook belangenbehartiging een voorname taak. Kloppend hart van de organisatie zijn de consuls: vrijwilligers die per provincie opkomen voor toeristen, met name fietsers, en opereren onder een coördinerende hoofdconsul. De consuls verzorgen reisadviezen en rapporteren over de staat en ontwikkelingen van toeristische voorzieningen, wegen en fietspaden. De ANWB kent anno 2020 nog altijd de structuur met consuls. Zij zijn de voelsprieten in de maatschappij.

Eerste wegenkaart in 1884

Al in 1894 is er een verzekering tegen rijwielongelukken

De ANWB weet meteen van aanpakken. In 1884 komt er de eerste wegenkaart, getekend door de Engelsman Bingham. Deze bevat alleen verharde wegen en grindpaden. De vele zand-, klei- en kasseistroken ontbreken, want deze zijn volgens de maker ongeschikt voor fietsers. Wie de kaart bestudeert, ziet dat ook enkele Waddeneilanden ontbreken. Reden: het schort hier aan befietsbare wegen.

Het artikel gaat verder na het kader.

IJzeren waarschuwingsborden

Een affiche voor een paddenstoel. Met de ANWB-vinding werd aan het begin van de vorige eeuw de fietsers de weg gewezen.

Vanaf 1892 komen er ook ijzeren waarschuwingsborden met daarop de tekst ‘A.N.W.B. Gevaarlijk voor wielrijders’ op gevaarlijke kruisingen en steile punten, gevolgd door wegwijzers vanaf 1894. Vandalisme komt helaas ook al in die jaren voor. De eerste wegwijzers langs de weg Utrecht-Rotterdam worden al tijdens de eerstvolgende, strenge winter weggehaald. Ze zijn van hout en in de ogen van omwonenden dus ideaal om de kachel mee op te stoken. De ANWB laat daarop ijzeren wegwijzers maken, in het rood-wit-blauw. Deze krijgen een gevleugeld wiel, een verwijzing naar Hermes, god van de reizigers. De controletaak blijft voorbehouden aan de plaatselijke consuls.

Predicaat bondsrijwielhersteller

De ANWB laat vanaf het begin blijken oog te hebben voor fietstechniek. De betere fietsenmakers krijgen een vermelding in De Kampioen en later het predicaat ‘bondsrijwielhersteller’. Daarbij hoort een emaillen bord. Kort voor de eeuwwisseling zijn er bijna driehonderd van zulke hooggewaardeerde fietsenmakers. Voor de fietsers met pech onderweg komen er zogeheten rijwielhulpkisten met gereedschappen, reservecomponenten en medische benodigdheden. De kisten staan bij goedgekeurde hotels en restaurants. Dat fietsongevallen zich kunnen voordoen, blijkt uit de verzekering tegen rijwielongelukken die er naar Belgisch voorbeeld in 1894 komt.

1900: 13.000 leden en 10 medewerkers

De ANWB maakt in die beginjaren een stormachtige groei door. De bond telt in 1900 dertienduizend leden, heeft tien medewerkers en vierhonderd vrijwillige consuls. Er doen zich echter allerlei ontwikkelingen voor in het snel groeiende Nederland waar het economisch behoorlijk gaat. Mensen gaan vaker op vakantie en ook de auto voegt zich in het straatbeeld. In 1900 gaat het roer drastisch om en besluit de ANWB zich van wielrijdersvereniging om te vormen tot toeristenbond. Voortaan wil ze er voor alle toeristen zijn, ongeacht het vervoermiddel.

Het artikel gaat verder na de foto.

Het gevleugelde wiel op de eerste wegwijzers verwijst naar Hermes, god van de reizigers.

Jaren twintig: nieuwe wegwijzers van beton

Een welkome geste van het Rijk in 1919: de ANWB krijgt geld voor het herplaatsen van wegwijzers. Ze vervangen de wijzers die tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn verwijderd. Vanaf 1922 komt er nog een bijdrage, ditmaal een jaarlijkse. Het ministerie van Waterstaat stelt geld beschikbaar voor het plaatsen van nieuwe borden en het onderhoud van bestaande.
De bestaande wegwijzers zijn namelijk te groot voor gebruik langs fietspaden. Door de oorlogstijd is het ijzer bovendien te duur en te schaars om zomaar te gebruiken. Daarom introduceert de ANWB in juni 1919 een geheel nieuwe wegwijzer van beton in paddenstoelvorm. Die past volgens het bestuur het beste in de natuurgebieden waar veel fietspaden doorheen lopen. Bij de plaatsing van de eerste paddenstoel, in Laren, kan geen mens vermoeden dat de paddenstoelen, op dat moment een noodgreep, een icoon zullen worden binnen de Nederlandse fietscultuur.

Fietspadennetwerk te danken aan ANWB-vrijwilligers

Nog zo’n typisch Nederlands fenomeen, het uitgekiende fietspadennetwerk, is te danken aan de inzet van ANWB-vrijwilligers in de jaren twintig. Er komen in die tijd in diverse regio’s particuliere fietspadverenigingen bij. Deze maken zich sterk voor fietsvriendelijke paden op plaatsen waar gemeenten er niet of minder voor warmlopen.

De ANWB is fel tegen de invoer van rijwielbelasting in 1924

De fietspadverenigingen hebben behoorlijk wat power en dat komt door een andere ontwikkeling: de opmars van gemotoriseerd verkeer dat het fietsen op doorgaande wegen minder aantrekkelijker maakt. Met name in Twente, op de Veluwe en in Drenthe – tot op de dag van vandaag fietsparadijzen voor wielertoeristen – gaat de ontwikkeling van fietspaden ineens heel snel. Bij elkaar leggen de verenigingen tot 1940 circa 2.500 kilometer aan fietspaden aan.

1924: rijwielbelasting á 3 gulden per fiets

Als de rijwielpadverenigingen succes hebben, begint ook het Rijk zich te roeren. Het heeft geld te besteden door een omstreden besluit: de invoer van rijwielbelasting in 1924. Ook de ANWB, die eerder had gejuicht bij de afschaffing van ‘weeldebelasting’ op fietsen (twee gulden per jaar), uit kritiek; omdat de rijwielbelasting ten koste kan gaan aan het succes van de fiets. Minister van Financiën Hendrik Colijn zet door en wil zo tekorten afdekken.
Per fiets moeten mensen drie gulden betalen. De belasting brengt zo ieder jaar ruim vijf miljoen gulden op en dat bedrag loopt in de loop der jaren alleen maar op. De belastingopbrengst speelt een rol bij de uitvoering van het Rijkswegenplan in 1927, opgesteld om voor de modernisering van het wegennet. Fietspaden worden hiervan een integraal onderdeel.

Een cover van een jaarverslag uit 1925.

Verkeerslessen op scholen

Iedereen merkt in de jaren twintig de toegenomen verkeersdrukte, met name door extra gemotoriseerd verkeer. Daardoor komt de verkeersveiligheid in het gedrang. In 1924 komen er allereerst verkeerslessen op scholen. Er zijn speciale uitlegplaten voor gebruik tijdens het verkeersonderwijs en ook komt er het boekje Veiligheid voor alles voor de bovenbouw van de lagere school. De verkeerspolitie laat zich, mede dankzij de ANWB, ook op scholen zien. Speciale postzegels wijzen op de gevaren in het verkeer. Dit alles moet zorgen voor bewustwording, iets wat de ANWB vandaag de dag nog steeds nastreeft met het project Streetwise.

1929: 90.000 leden en 100 medewerkers

Eind jaren twintig is de ANWB een grote organisatie met negentigduizend leden en bijna honderd medewerkers, een verdubbeling in vergelijking met 1920. Er liggen heel wat taken op het bordje: van het verstrekken van reisadvies en het plaatsen van wegwijzers en paddenstoelen tot aan het verstrekken van reisdocumenten en het aanbieden van verzekeringen. Door samenwerking met de firma Drukker uit Amsterdam groeit het verzekeringendomein uit tot een bloeiende tak. Zo’n omvangrijk takenpakket vraagt om een professionele organisatie. Kantoren aan huis met tien stafleden en vrijwilligers kunnen niet langer. De ANWB schakelt daar tijdig op, professionaliseert en maakt zich toekomstbestendig. Wat dat heeft opgeleverd, is inmiddels geschiedenis.


De Tweewielerbranche in andere decennia: