artikel

Belastingplan 2020: Zelfstandigenaftrek zakt naar 5.000 euro

Ondernemen 1413

De hippe, rossige baard van Koning Willem-Alexander was tijdens Prinsjesdag hét gesprek van de dag. Geldt dat hippe ‘gedoe’ ook voor het nieuwe belastingplan? H&L Accountants & Belastingadviseurs zet de maatregelen uit het Belastingplan 2020 die u als tweewielerdetaillist raken op een rij. Opvallend punt is de forse verlaging van de zelfstandigenaftrek.

Belastingplan 2020: Zelfstandigenaftrek zakt naar 5.000 euro
Voorstel in het Belastingplan 2020 is om de zelfstandigenaftrek met 8 stappen van 250 euro en een stap van 280 euro te verlagen naar 5.000 euro in 2028

Inkomstenbelasting: (meer) werken wordt beloond

Het wetsvoorstel ‘Belastingplan 2020’ bevat diverse maatregelen die de inkomstenbelasting verlagen en (meer) werken nog lonender maken. Het gaat onder meer om de versnelde invoering van het tweeschijvenstelsel. Dit nieuwe belastingstelsel zou aanvankelijk in 2021 geïntroduceerd worden, maar krijgt komend jaar al vorm. Het laagste tarief bedraagt in 2020 37,35%. Het toptarief wordt in 2020 49,5%.
Verdere wijziging is dat de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra worden verhoogd. De verhoging van de algemene heffingskorting pakt positief uit voor lagere inkomens. Ook wordt de aftrekbeperking voor de eigenwoningschuld ‘gewoon’ doorgevoerd, zodat hypotheekrente het komend jaar tegen maximaal 46% aftrekbaar is en de komende jaren versneld wordt beperkt tot 37,1% in 2023.

Vennootschapsbelasting tóch niet verlaagd

Jeroen Hollander is, in de dagelijkse aangiftepraktijk werkzaam bij H&L Accountants & Belastingadviseurs als belastingadviseur.

Tegenover de lastenverlichting voor burgers via de inkomstenbelasting, staan maatregelen die de lasten van bedrijven weer verzwaren. Zo wordt in 2020 het hoge tarief van de vennootschapsbelasting, anders dan eerder beoogd, níet verlaagd. Daarnaast stelt het Kabinet voor om het hoge tarief van de vennootschapsbelasting in de structurele situatie ten opzichte van de Wet Bedrijfsleven 2019 met 1,2 procentpunt minder te verlagen. Gevolg hiervan is dat het hoge tarief van de vennootschapsbelasting 25 procent in 2020 bedraagt en per 1 januari 2021 wordt verlaagd naar 21,7 procent. De geplande verlaging van het lage tarief van de vennootschapsbelasting wordt niet aangepast; dat tarief komt per 1 januari 2021 uiteindelijk uit op 15 procent. Voor 2020 bedraagt het lage tarief 16,5 procent.

Lees verder na het kader.

 

Fiscaal verschil tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen

Er is een aanzienlijk verschil in de fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen. Dit verschil draagt – onder andere – bij aan de oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden en daarmee ook aan schijnzelfstandigheid. Gevolg is dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt sterk is toegenomen. Verder is ook een steeds groter deel van de werkenden niet of slechter verzekerd tegen werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en de oude dag. Het Kabinet is daarom van mening dat het verschil in fiscale behandeling moet worden verkleind. Tegelijkertijd wil het Kabinet voorkomen dat zelfstandigen financieel in de problemen komen.

Verlaging zelfstandigenaftrek naar 5.000 euro

Het Kabinet stelt daarom een combinatie voor van het verhogen van de arbeidskorting (zoals eerder besproken) en een geleidelijke verlaging van de zelfstandigenaftrek. In het voorstel wordt aan de ene kant de arbeidskorting met ingang van 2020 in drie stappen verhoogd ten opzichte van het basispad. Hiervan profiteren zowel zelfstandigen als werknemers.
Aan de andere kant stelt het Kabinet voor de zelfstandigenaftrek per 2020 met 8 stappen van 250 euro en een stap van 280 euro te verlagen naar 5.000 euro in 2028. Dit betekent dat de zelfstandigenaftrek uitkomt op circa tweederde van het huidige niveau. Doordat tegenover de afbouw van de zelfstandigenaftrek maatregelen staan die de lasten verlichten (zoals de verhoging van de arbeidskorting) gaan zelfstandigen er tot met 2028 in de meeste gevallen nog steeds cumulatief op vooruit.

Lees verder na het kader.

Geen belastingrente vennootschapsbelasting

Een aangifte voor de vennootschapsbelasting is tijdig, wanneer deze wordt ingediend voor de eerste dag van de zesde maand na afloop van het aangiftejaar. Onder de huidige regeling wordt bij een aanslag vennootschapsbelasting belastingrente in rekening gebracht als die aangifte na de eerste dag van de vierde maand wordt ingediend. Dat is onwenselijk. Daarom wordt voorgesteld geen belastingrente in rekening te brengen als de aangifte vennootschapsbelasting tijdig wordt ingediend en de aanslag conform de aangifte wordt vastgesteld.

 

Overdrachtsbelasting omhoog naar 7%

Het tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen zoals bedrijfsgebouwen, bedrijfsruimten en grond gaat van 6 naar 7%. Verder is er het voorstel de overdrachtsbelasting van ‘starters’ op de woningmarkt af te schaffen.

Lees verder na de foto.

Het Belastingplan raakt ook de werkkostenregeling; goed om te weten wanneer medewerkers bijvoorbeeld producten uit het eigen bedrijf krijgen.

Loonbelasting: vier wijzigingen in de werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) regelt de behandeling in de loonbelasting van vergoedingen en verstrekkingen die een werkgever aan werknemers verstrekt. Het Belastingplan bevat vier wijzigingen in de werkkostenregeling.

  1. De vrije ruimte wordt vergroot van 1,2% naar 1,7% van de fiscale loonsom tot een bedrag van 400.000 euro. Boven dat bedrag blijft de vrije ruimte 1,2 procent.
  2. Voor de vergoeding voor een verklaring omtrent gedrag (VOG) komt een gerichte vrijstelling.
  3. De derde wijziging betreft het verlengen van het uiterste moment voor aangifte en afdracht van de eindheffing. Bij het overschrijden van de vrije ruimte is de werkgever een eindheffing verschuldigd. Deze moet nu uiterlijk met de aangifte over het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar worden aangegeven. Voorgesteld wordt om de termijn te verlengen tot de aangifte over het tweede aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar.
  4. De waarde van producten uit eigen bedrijf, die aan werknemers worden verstrekt, wordt in sommige gevallen bepaald op het bedrag dat de werkgever aan derden in rekening brengt. Voor branche-eigen producten die worden verstrekt aan werknemers bestaat een kortingsregeling. Die bestaat uit een gerichte vrijstelling van 20% van de waarde in het economische verkeer. Voorgesteld wordt om de waarde van de producten uit eigen bedrijf steeds te stellen op de waarde in het economische verkeer.

Indexeren van vrijwilligersregeling

Vrijwilligers kunnen belastingvrij vergoedingen en verstrekkingen ontvangen tot een bedrag van 170 euro per maand en 1.700 euro per kalenderjaar. Met ingang van 1 januari 2020 worden deze bedragen jaarlijks geïndexeerd. Het maximumbedrag per kalenderjaar wordt afgerond op een veelvoud van 100 euro.

 

Reageer op dit artikel