artikel

Alles over de E-racer: motoren, doelgroep, voordelen en nadelen

Elektrische fietsen Premium 2047

Dé sportieve fiets bij uitstek, de racefiets, liet zich tot nu toe nog maar schoorvoetend overhalen om te worden voorzien van trapondersteuning. Toch gaat de e-bike-industrie ook dit laatste bastion veroveren, getuige het groeiende aantal fietsmerken dat een e-racer op de markt brengt. In dit artikel stellen we de e-racer uitgebreid aan u voor, zodat u beslagen ten ijs komt richting uw klanten.

Alles over de E-racer: motoren, doelgroep, voordelen en nadelen

Over de allereerste racefiets met een motortje is al veel gezegd en geschreven. En toch is het nog altijd een raadsel of die fiets echt bestaan heeft of niet. Want natuurlijk blijft het Zwitserse wielericoon Fabian Cancellara ontkennen dat hij bij zijn glorieuze dubbel in 2010 (in één week tijd de Ronde van Vlaanderen én Parijs-Roubaix winnen) 200 Watt extra steun zou hebben gekregen van een motortje in zijn fiets.
Motor of niet, de bovennatuurlijke manier waarop ‘Cance’ destijds wegreed van de concurrentie, heeft in elk geval de bewustwording ingeluid van het bestaan en de mogelijkheden van elektrische (trap)ondersteuning op koersfietsen. Niet lang na de ophef rond ‘de motor van Cancellara’ waren er zitbuismotortjes te koop op internet, deed het begrip ‘mechanische doping’ zijn intrede en hoorde je in onder wielertoeristen al eens meewarig gemompel: ‘die zal wel een motortje hebben ingebouwd’.

De huidige Giant Road-E+ heeft hetzelfde flinke uiterlijk als zijn voorgangers.

Primeur voor Giant

Een aantal jaren na die eerste kennismaking met motorondersteuning op een racefiets kwam in 2016 Giant als eerste met een echte e-racer, eentje met trapondersteuning. Volgens de regelgeving voor e-bikes moet er immers sprake zijn van zelf trappen en daarbij moest de fietser dan ondersteuning krijgen van een hulpmotor.
De Road-E was een uit de kluiten gewassen verschijning, maar hij had wel alle eigenschappen van een racefiets: krom stuur, racegeometrie, derailleurs voor en achter en raceonderdelen. We reden er fluitend de Kitzbühlerhorn mee op – constant boven de 20 km/u – en voor wie de klim kent, weet dat zelfs een 2010 Cance daar niet van terug zou hebben gehad.

Volumineus en zichtbaar

Het volumineuze voorkomen van de Road-E riep destijds de vraag op wie nu een racefiets zou willen hebben, waaraan je direct kon zien dat er een motor in zat. Er kleefde van afstand het oordeel aan dat je wel sportief wou ogen, maar het eigenlijk niet echt was. Een beetje het ouden-van-dagen-imago dat jarenlang de tegenwoordig breed geaccepteerde stads-e-bikes heeft achtervolgd.

Je wilde wel sportief ogen, maar was het niet

Tweeëneenhalf jaar later kijken we daar anders tegenaan, want de eigenschap die voor die vermeende eerste e-racer (die uit 2010) nog onontbeerlijk was (dat motor en accu onzichtbaar zijn), is dat voor moderne elektrische racefietsen minder. Simpelweg omdat e-bikes op dit moment helemaal de wind mee hebben, de perceptie genieten hip te zijn en het aura meedragen de sportieve mogelijkheden van nieuwe doelgroepen te bevorderen.

Gelijkenis met een e-racer

Ondanks dat een e-bike duidelijk herkenbaar mag zijn, kiezen de meeste e-racerfabrikanten ervoor om hun elektrische koersfiets zoveel mogelijk op een standaard koersfiets te laten lijken. Dat kan prima dankzij de forse oversized framebuizen die een gemiddelde koersfiets tegenwoordig heeft (veel ruimte om de accu in op te bergen). Maar het kan vooral ook prima ook dankzij de compacte motorsystemen die voorhanden zijn.

Ebikemotion werkt met een onopvallende achterwielmotor.

De systemen die momenteel verkrijgbaar zijn: allereerst is daar het Spaanse Ebikemotion. Het systeem werkt met een onopvallende achterwielmotor en een accu in het frame. Het Duitse Fazua heeft een zeer compacte bracketmotor met onderbuis-accu. Ook het Italiaanse Polini werkt met een bracketmotor. Het Oostenrijkse Vivax heeft zelfs een onzichtbaar systeem, dat volledig in de zadelbuis weggewerkt kan worden. Waarschijnlijk was het een dergelijke motor die werd aangetroffen in een wedstrijdfiets van de Belgische veldrijdster Femke Van den Driessche, die sinds 2016 te boek staat als eerste (en voorlopig enige) geval van mechanische doping in de wielersport.

Vivax: weggewerkt in de zitbuis

Het Oostenrijkse Vivax heeft systeem, dat volledig in de zadelbuis weggewerkt kan worden.

Gewone wielertoeristen kunnen een onzichtbare hulpmotor zoals die van Femke Van den Driessche wel ongestraft gebruiken. Vivax levert kant-en-klare elektrische racefietsen die niet als zodanig herkenbaar zijn, ofwel ombouwkits om van je bestaande fiets een e-bike te maken. De Vivax-motor bevindt zich in de zitbuis en drijft daar de bracketas aan. De accu zit in het zadeltasje of in een speciale levensechte bidon en de bedieningseenheid komt op het stuur te zitten. Clean, licht van gewicht en anoniem!

Bij Giant, Cannondale en Trek komen we overigens ‘reguliere’ e-bikesystemen tegen: middenmotoren van Giant zelf, respectievelijk van marktleider Bosch. De fietsen vallen net iets meer op als e-bike dan andere e-racers.

Het artikel gaat verder onder het kader.

Breder inzetbaar: e-racer als (gravel)racer

In een ideale wereld was de snelheidslimiet voor e-bikes niet 25 km/u geweest, maar 35 km/u, hoor je wel eens mijmeren. Dan zouden ze ook sportieve fietsers veel meer aanspreken. Zo liggen de zaken echter niet en dus zoeken fabrikanten manieren om de nieuwe categorie toch zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Een voor de hand liggende oplossing is de e-racers breder inzetbaar maken.

Fabrikanten zoeken manieren om de nieuwe categorie zo aantrekkelijk mogelijk te maken

De Aria E-Road van Bianchi is zo ontworpen dat hij ook als normale racefiets kan worden gebruikt. Accu eruit, ander achterwiel erin en hup, de eer van al het trapwerk komt volledig op het conto van de berijder. Ook Wilier heeft daaraan gedacht bij zijn Cento1 Hybrid. De bike heeft bovendien een gunstige gewichtsverdeling (motor in het achterwiel, accu in de onderbuis), zodat ook bij uitgeschakelde motor zoveel mogelijk het rijgevoel van een normale racefiets behouden blijft.

 

En boven de 25 km/uur?

Een duidelijk verschil tussen e-bikes en e-racers is het gewicht. Een stads-e-bike weegt al snel meer dan 22 kg, elektrische racefietsen gaan van 10 tot 17 kg. Ze zijn dus een stuk lichter, maar vergeleken bij gewone racefietsen (die 7 tot 9 kg wegen) blijven het zware jongens.

We tellen al een kleine 30 fietsmerken met een e-racefiets.

We tellen al een kleine 30 fietsmerken met een e-racefiets.

Dat roept de vraag op hoe een e-racer rijdt boven de 25 km/uur, als de trapondersteuning wegvalt. Al snel blijkt dan dat een elektrische racefiets minder functioneel is ‘om je fietsclubje weer te kunnen bijhouden’ dan bijvoorbeeld een e-mountainbike (of zelfs helemaal niet). In groepen op de weg wordt al snel 27-30 km/uur gereden, en dan houdt een reguliere e-racer zich resoluut afzijdig. Bij mtb’en ligt de gemiddelde snelheid veel lager en heb je dus meer profijt van de hulp tot 25 km/uur.

Voor een e-racer moet het terrein al echt uitdagend zijn (lees: steil klimmen) om voordeel te kunnen ondervinden ten opzichte van je fietsmakkers. Nederland biedt wat dat betreft weinig ‘nuttig’ landschap. Het is er te vlak. In de Belgische (Vlaamse) Ardennen is er al meer spek naar de bek van een e-racer en op de jaarlijkse fietsvakantie naar de Alpen. Ja, daar beleef je ongetwijfeld veel plezier aan een elektrische koersfiets. Moet er veel worden opgetrokken uit bochten of is het terrein heuvelachtig, dan heb je natuurlijk wel nut van een e-racer: na iedere bocht versnel je ‘gratis’ tot 25 km/u en bij lage snelheden bergop heb je het ook veel gemakkelijker.

Motor eruit, afdekplaat ervoor, rijden maar

Het Fazua-systeem in de e-racers van Look en Kuota kan worden verwijderd en met een afdekplaat op de plaats van de motor resteert een gewone racefiets. Ook Cube, Focus, Isaac en Pinarello (zie de video hieronder) werken met een Fazua Drivepack, dat als voordeel heeft dat de motor loskoppelt van de aandrijfas op het moment dat de snelheid hoger wordt dan 25 km/u. De vrijloop geeft vervolgens een vergelijkbaar rijgevoel als dat van een normale racefiets.

Het artikel gaat verder onder de video over de Pinarello Nytro met Fazua motor.

Nog een manier om de veelzijdigheid van een e-racer op te krikken, is door ruimte te voorzien voor brede banden. Daarmee kun je dan ook eens van de gebaande paden afwijken, net zoals met die andere nieuwe categorie racefietsen van de laatste jaren, de gravelbikes. Bij onder andere Bianchi, Focus, Giant en Orbea vind je ofwel speciale elektrische gravelbikes ofwel genoeg plaats tussen de vorken om brede banden te monteren.

Opmars E-racer is onomkeerbaar

E-racers zijn aan een duidelijk opmars bezig. We tellen al een kleine 30 merken met een e-racefiets. Dealers die al e-racers hebben verkocht, laten weten dat de geïnteresseerden vooral fietsgenieters zijn, die na zich lange inactiviteit weer aan een racefiets wagen of die een fysieke beperking hebben. Ook in seniorengroepjes die met een lagere gemiddelde snelheid hun toertjes draaien, duikt er al eens een elektrische koersfiets op. Voor de geoefende wielertoerist is een e-bike voorlopig nog een brug te ver. Of hij zou het extra gewicht ervan moeten willen benutten als verzwaring van zijn trainingsarbeid…


Meer artikelen over e-racers:

 

Reageer op dit artikel