8 vragen en antwoorden over financiële gevolgen huidige leverproblemen

De huidige leverproblemen zorgen voor de nodige uitdagingen voor tweewielerwinkels. Zo wordt het steeds lastiger om een complete fiets en deze ook nog eens op tijd te krijgen. Verschillende dealers vrezen de financiële gevolgen hiervan. Richard Guit, accountant bij H&L Accountants en Belastingadviseurs, geeft antwoord op acht relevante vragen.
Delen:

1. Wanneer incomplete fietsen worden geleverd, staat daar vooralsnog geen omzet tegenover. Welke financiële gevolgen heeft dat?

“Een gevolg is dat financiële middelen gaan zitten in voorraad die op dat moment onverkoopbaar is. Dan heb je als dealer te maken met liquiditeitsbeslag, waarbij je ook het risico loopt op onverkoopbaarheid van fietsen. Bijvoorbeeld wanneer je pas geleverd krijgt als het fietsseizoen al voorbij is. Hierdoor kun je te maken krijgen met mogelijke incourantheid op langere termijn. En wanneer je geld in incomplete fietsen zit, dan heb je geen middelen meer om eventueel bij een andere leverancier fietsen te kopen. Dat is gemiste omzet.”

Richard Guit is accountant bij H&L Accountants & Belastingadviseurs.

2. Sommige dealers kopen nu in wat voorradig is. Wat kunnen hiervan de gevolgen zijn?

“Je voorraad moet afgestemd zijn op de verwachte verkoop. Als je te veel voorraad hebt, dan gaat dit direct ten koste van de marge. Een lagere voorraadpositie is ook beter voor de liquiditeit, kijk maar naar de redenen die hiervoor genoemd worden.”

3. Ondanks dat sommige merken een bestellimiet hebben, wordt er door dealers meer dan voorheen besteld. Wanneer dit op enig moment wordt uitgeleverd, wat kunnen dan de gevolgen zijn?

“Het gevolg hiervan kan zijn dat er (ineens) voorraden worden geleverd op momenten dat een consument hier niet meer op zit te wachten. Omdat het seizoen voorbij is bijvoorbeeld. Om de lopende bedrijfskosten te kunnen betalen, zul je als dealer liquiditeiten vrij moeten maken. Dan moet je dus gaan uitverkopen. Dat zorgt voor een daling van de brutomarge en dus een daling van het bedrijfsresultaat.”

4. Wat kun je zeggen over de voorraadpositie van dealers in deze winter?

“Onze klanten die liquide waren, hebben een hogere voorraad dan voorheen. Dealers die het just-in-time (JIT)-principe volgen, lijken minder voorraad te hebben dan in andere jaren.”

5. In de afgelopen twee jaren beleefden veel fietsenwinkels topomzetten. Zijn ondernemers verblind door dit succes nu ze forse bestellingen plaatsen?

“Mijn gevoel is dat veel ondernemers zoveel mogelijk voorraad inkopen als mogelijk is. Dat is mede gebaseerd op hun hoge verkoopverwachtingen door de gestegen verkoopaantallen in de afgelopen twee topjaren en de leveringsproblemen op dit moment. Veel dealers zijn bang dat ze voorraad te kort komen en nee moeten verkopen.”

6. Speelt de lage rentestand bij de banken een rol bij de vele bestellingen die worden gedaan?

“Het klopt dat geld op de bank vrijwel niets oplevert. Sterker nog: dit geld wordt steeds minder waard door de gestegen inflatie. Investeren in voorraden wordt dan gezien als een betere optie.”

Het gevolg van de leverproblemen kan zijn dat er (ineens) voorraden worden geleverd op momenten dat een consument hier niet meer op zit te wachten.

7. De verkoop van nieuwe fietsen is de belangrijkste omzetmaker voor een winkel. Door de leverproblemen kan deze (fors) dalen. Hoe kun je hier als dealer op inspelen?

“Door voldoende aandacht te geven aan de verkoop van margerijke onderdelen en accessoires. Je kunt ook de keuze maken om te kijken naar alternatieven, zoals fietsmerken met minder leveringsproblemen. Geef daarnaast voldoende aandacht aan de werkplaats, bijvoorbeeld door servicebeurten slim in te plannen in het laagseizoen.”

8. Welk advies heb je voor ondernemers?

“Kies voor fietsmerken die kwalitatieve en betrouwbare producten (kunnen) leveren met een goede service- en garantieafhandeling. Stem je voorraad af op de verwachte verkoop, ook in deze bijzondere tijden. Een lagere voorraadpositie is beter voor je liquiditeit. Werk daarbij met minder merken, zodat je het inkoopvolume per merk vergroot. Daarmee kun je een hogere marge behalen. Dit bespaart je ook tijd en energie. En vergeet het belang niet van de werkplaatsopbrengsten, de provisies van fietsverzekeringen en de bijverkopen van onderdelen en accessoires. Streef daarbij naar een langere kassabon.”