artikel

Reactie BOVAG en RAI op fietspadverbod snorfiets

Gemotoriseerd

De gemeente Amsterdam wil snorfietsen of snorscooters van het fietspad weren. Volgens BOVAG en RAI Vereniging leidt dat onherroepelijk tot levensgevaarlijke situaties. Rotterdam, Den Haag en Utrecht werden door de Amsterdamse verkeerswethouder Wiebes onlangs ook al in de hoofdstedelijke snorfietsdiscussies betrokken. Ook burgemeester Van der Laan van de gemeente Amsterdam kondigde afgelopen weekend aan dat hij een fietspadverbod nog dit jaar in wil laten gaan. Ook wil hij een helmplicht voor snorfietsers in zijn stad.

Reactie BOVAG en RAI op fietspadverbod snorfiets
Voor BOVAG en RAI Vereniging is het weren van snorfietsen van het fietspad in binnensteden absoluut een brug te ver.

Volgens BOVAG en RAI Vereniging slaat de gemeente Amsterdam daarbij regelmatig de plank volledig mis. Er wordt selectief gewinkeld in rapporten, onderzoeken en schattingen, alle snorfietsers worden over één kam geschoren en er lijkt weinig oog te zijn voor maatschappelijke ontwikkelingen die aanpassingen in de infrastructuur behoeven. Het laatste ondoordachte wapenfeit betreft het raadsbesluit om snorfietsers in de Spuistraat van het fietspad naar de rijbaan te verbannen, terwijl de maximumsnelheid voor alle verkeer niet wordt aangepast naar 30 km/u.

Snelheidsmaniakken

Verkeerswethouder Wiebes (VVD) liet zich onlangs in niet mis te verstane bewoordingen en mede namens zijn ambtsgenoten in Den Haag, Utrecht en Rotterdam, in een brief aan partijgenoten minister Schultz en minister Opstelten uit over snorfietsers. “Snorscooters zijn snelheidsmaniakken”, “snorscooters zijn gevaarlijk” en “de fietser wordt bedwelmd en geïntimideerd” viel er te lezen.

Letselrisico neemt juist af

In tegenstelling tot hetgeen Wiebes beweert, neemt het letselrisico voor snorfietsers in de hoofdstad al jaren af. In 2007 raakten volgens de rapportage van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), waar de wethouder uit put, 275 snorfietsers gewond in Amsterdam en in 2011 waren dat er 525 (+ 90 procent). Het aantal snorfietsen in de stad nam met 138 procent toe in die periode. SWOV kreeg opdracht om een zogenaamde ‘educated guess’ te doen naar het effect van verplaatsing van de snorfiets naar de rijbaan (‘SOR’) in plaats van op het fietspad. De rapportage draagt dan ook de titel ‘Educated Guess’ en SWOV stelt daarin dat nader onderzoek nodig zal zijn om het exacte effect in kaart te brengen. Wethouder Wiebes presenteert de schattingen tijdens diverse mediamomenten als voldongen feiten.

Substantiële groei aantal snorfietsen

Het aantal van 689 snorfietsslachtoffers in 2012 in de rapportage lijkt vooralsnog een uitschieter, aangezien dat aantal in 2009, 2010 en 2011 steevast rond de 500 schommelde. Opvallend is echter dat de gemeente Amsterdam geen relatie legt tussen de ontwikkeling van het aantal slachtoffers versus het aantal snorfietsen in de stad. Volgens de cijfers van bureau VWE telde de hoofdstad in 2007 circa 16.000 snorfietsen en waren er in dat jaar 275 mensen die na een ongeval met een snorfiets naar de spoedeisende hulp moesten of in het ziekenhuis werden opgenomen. In 2011 was het aantal snorfietsen in Amsterdam met 138 procent gegroeid naar ongeveer 38.000 en het aantal slachtoffers met 90 procent naar 525.

Letselrisico nu lager dan cijfers tot 2007

Hoewel elke gewonde er uiteraard één te veel is, blijkt het letselrisico in de periode 2007 – 2011 gedaald van 1,7 procent naar 1,38 procent, terwijl het alsmaar drukker op de fietspaden is geworden (ook door toenemend fietsgebruik).  Ook in 2012 lag het letselrisico onder het niveau van 2007, met 689 slachtoffers op circa 42.000 geregistreerde snorfietsen in Amsterdam. Dat aantal is overigens veel hoger dan de 25.000 snorfietsen waar wethouder Wiebes melding van maakt, evenals de 9.000 in 2007 die hij (en SWOV) noemt. Het letselrisico ligt met zulke cijfers dus automatisch een stuk hoger.

Iedereen over één kam

In de communicatie door Wiebes en raadsleden wordt steevast alles en iedereen over één kam geschoren; oma op de Sparta-met wordt gelijk gesteld aan ‘de vaak jonge bestuurder’ van een scooter, zoals in de brief namens de vier grote steden valt te lezen. Niets is echter minder waar: van alle snorfietsen in Nederland is minder dan 0,5 procent in bezit van 16- en 17-jarigen, terwijl 83 procent in bezit is van mensen ouder dan 26 jaar (bron: parkgegevens VWE). Mensen die weloverwogen de snorfiets al alternatief voor de auto gebruiken om zich in stedelijke gebieden te kunnen voortbewegen. Brom- en snorfietsbezit onder minderjarigen is de afgelopen jaren drastisch teruggelopen, onder meer door de invoering van het rijbewijs voor de categorie AM en door de populariteit van 2toDrive (autorijles vanaf 16,5 jaar).

Afname van slachtoffers met de helft ronduit discutabel

De meest opvallende conclusie die de wethouder in de pers meermaals aanhaalde, was dat het aantal slachtoffers als gevolg van verplaatsing naar de rijbaan en met helmplicht zou afnemen met ‘bijna de helft’. SWOV schat het effect echter in op een afname van 38 procent, oftewel 261 slachtoffers minder ten opzichte van het jaar 2012. 176 daarvan zijn het gevolg van een ‘modal shift’: mensen die door deze maatregelen überhaupt niet meer de snorfiets gaan gebruiken. Dat is nogal kort door de bocht om daar de loftrompet over te blazen, want wanneer iedereen 24 uur per dag binnenshuis zou blijven, zouden er zelfs nul verkeersslachtoffers zijn.

SWOV: serieus onderzoek nodig

SWOV benadrukt dat er daadwerkelijk onderzoek nodig is naar het effect van de maatregelen en dat men zich nu vooral ook heeft gebaseerd op de effecten van het verplaatsen van de bromfiets naar de rijbaan in de jaren ’90. Die verplaatsing ging echter gepaard met een verhoging van de maximumsnelheid voor bromfietsen naar 45 km/u. Dat is nu niet aan de orde, waardoor snorfietsen (inclusief de Sparta-mets etc.) met een maximale constructiesnelheid van 25 km/u zich tussen het overige verkeer (max. 50 km/u) moeten gaan begeven. Dat levert logischerwijs ronduit gevaarlijke situaties op, ook als de gemeente Amsterdam een lokale helmplicht gaan invoeren. Een helm kan zwaar hoofdletsel voorkomen, maar voorkomt niet dat de snorfietser door een vrachtwagen wordt overreden.

Fietspadverbod echt een brug te ver

Voor BOVAG en RAI Vereniging is verplaatsing van de snorfiets naar de rijbaan echt een brug te ver. Er is wetgeving die maximale snelheden voorschrijft en daar dient op gehandhaafd te worden. Een nog strikter lik-op-stukbeleid dan eerder voorgesteld door minister Opstelten is prima en de beide organisaties juichen het toe als de politie daarvoor ruimere mogelijkheden krijgt. De burgemeester gaat over de politie-inzet en kan zelf prioriteit leggen bij het handhaven van snelheden. Hoe groter de pakkans, hoe minder mensen het in hun hoofd zullen  halen te snel te rijden met een snorfiets of om ‘m op te voeren. Daarmee kan vanzelf het probleem grotendeels worden opgelost en voor handhaving kan de gemeente zelfs overwegen om buitengewone opsporingsambtenaren of parkeerwachten in te zetten. Tenminste, als het stadsbestuur de verkeersveiligheid minstens zo belangrijk vindt als het beboeten van geparkeerde auto’s.

Infrastructuur verbeteren

Voor wat betreft infrastructuur en voorzieningen valt ook nog een wereld te winnen. De populariteit van de brom- en snorfiets is onder meer het gevolg van het jarenlange  anti-autobeleid dat in veel steden wordt gevoerd. Steeds meer automobilisten zien in dat gebruik van de tweewieler in binnensteden efficiënter is dan gebruik van de auto en dat is een ontwikkeling die eenieder zou moeten toejuichen. Het is onbegrijpelijk dat een stadsbestuur daar in de aanleg of herinrichting van wegen geen rekening mee houdt door bijvoorbeeld bredere fietspaden en speciale parkeerplaatsen te creëren. Wethouder Wiebes wil niet dat Amsterdam ‘een tweede Milaan of Rome’ wordt. Met een beetje goede wil, een heldere visie op de toekomst en oog voor ontwikkelingen in de maatschappij, zou dat echter op een zeer goede manier kunnen worden ingevuld. In 30 km-zones zou de snorfiets zonder verdere aanpassingen prima naar de rijbaan kunnen worden verplaatst, mits in die gebieden de maximumsnelheid voor alle verkeer strikt gehandhaafd wordt.

Opmars elektrische scooter over het hoofd gezien

De vier grote steden realiseren zich blijkbaar ook niet dat de uitstootloze elektrische scooter inmiddels aan een flinke opmars bezig is. Momenteel telt Nederland meer dan 20.000 e-scooters, waarvan het overgrote deel in snorfietsvariant (omdat de lagere maximumsnelheid gunstiger is voor de actieradius van de accu’s), maar die ontwikkeling wordt dus in de kiem gesmoord wanneer de steden de categorie snorfiets om zeep willen helpen. BOVAG en RAI Vereniging juichen een sloopregeling voor oude, vervuilende (tweetakt) snor- en bromfietsen toe, in combinatie met een subsidieregeling voor de aanschaf van een elektrische (snor-/brom)fiets. De beide brancheorganisaties kloppen al jarenlang bij de gemeente Amsterdam op de deur om te praten over een visie op tweewielers in de stad, maar hebben telkens nul op het rekest gekregen, waarna het stadsbestuur zich keer op keer verliest in draconische proefballonnetjes. Opvallend genoeg geven Rotterdamse, Utrechtse en Haagse respondenten in een zeer recent onderzoek van bureau Goudappel en Coffeng (november 2013) aan dat zij juist geen overlast ervaren van snorfietsers. Alleen in Amsterdam worden volgens de enquête problemen ervaren, waarbij tegelijkertijd wordt opgemerkt dat vooral in het centrumgebied sowieso een chaotisch verkeersbeeld heerst. Wat BOVAG en RAI Vereniging betreft is het tijd voor robuust lokaal mobiliteitsbeleid waarin de snorfiets niet als een probleem wordt gezien maar juist als een oplossing.

Reageer op dit artikel